Tasogare wa Ginpaku no (たそがれは銀箔の)
Takako Mamiya
De Schemering is van Zilver
De schemering is te fel met het zilveren water
Een arm als kussen, het voelt fijn op mijn huid
Aan de andere kant van de hellende horizon, de schaduw van een boot
Als ik mijn scheve lichaam opricht, waait de zeewind
Door mijn haar, zo zacht en fijn
Als ik mijn lange benen strek, kijk je op
Met onze armen als kussen, samen tintelend en fijn
Ik zwem richting de glinsterende horizon
Jij bent onvermoeibaar, midden in de golven
Ik voel de zoete loomheid
Altijd verliefd op iemand die bij de zee past
Nu, op jou
De schemering van de kust, jouw schaduw is te zien
Bij het geluid van de golven, de restanten van de schemering
Wrijf ik met mijn hand, dicht bij jou
De schemering van de kust, onze schaduw samen
Bij het geluid van de golven, de restanten van de schemering
Wrijf ik met mijn hand, dicht bij jou