En La Que El Bernat Se’t Troba
Manel
En de Waar de Bernat Je Vindt
En gisteravond ontmoetten we drie lange, elegante vrouwen
En met één heb ik het goed kunnen vinden
We hebben gepraat, gelachen en de liefde bedreven.
Ze vertelde me over haar land en de dingen die ze hier doet
Met een Spaans dat best vreemd klonk, maar verrassend vloeiend.
"Wat een grote neus heb je," zei ze,
De lange vrouw vanuit het bed, en wees naar de muur
Naar een groen schilderij dat ze als kind had gemaakt.
En "wat mooi! wat mooi! wat mooi!" dacht ik,
Wat een zoet meisje moet ze geweest zijn,
Wat een plezier om haar lang geleden te hebben ontmoet.
"Als je je beide ogen sluit," zei ze,
"Als je stil blijft liggen in bed, zal ik je een liedje leren
Dat ze thuis voor me zongen om in slaap te vallen.
Het gaat over een bos en een man die daar geïsoleerd leeft tussen iepen en bloemen
En hij beschermt zich tegen slechte mensen met een leger van dieren."
En "wat mooi! wat mooi! wat mooi!" dacht ik,
En wat een fijne stem heeft ze,
Wat een plezier om haar lang geleden te hebben ontmoet.
Maar de Bernat vertelde me dat hij je in Barcelona heeft gezien,
Dat je vergezeld werd door een heel lange man,
Dat je hem vroeg of we elkaar nog vaak zagen
En dat je me veel groeten stuurt.