Chiribirí
Joselito
Chiribirí
De zwarte jongen Chiribiri heeft de maan veroverd
En op de maat van zijn gitaar
Zong hij treurig zijn lied
De maan, zo aangenaam
Droomde over de rivier
En het zilver van de wateren
Hoorde zijn gezang
Wat zal ze zeggen? Hoe zal het zijn?
Zal ze ja zeggen? Wat zal ze zeggen, zeggen, zeggen?
¡ Chiribirí, Chiribirí!
Chiribirí, Lied in bloei
Voor altijd zul jij mijn liefde zijn
Chiribirí, ik ga rijdend verder
Je zult mijn licht hebben dat de zee wiegt
Chiribirí, met jou ga ik
Wacht op me, mijn trouwe zanger
¡ Chiribirí, Chiribirí!
Chiribirí, Lied in bloei
Een nacht en nog een nacht
Ging de jongen op pad
En de maan kwam niet naar beneden
Om naar zijn liedjes te luisteren
¡Hand in hand met een ster!
Chiribirí vond haar
En met tranen op zijn gitaar
Wachtte hij bij de rivier