M'hauria Agradat
Joan Dausà
Ik Had Graag Gewild
Ik had graag gewild om te leven in een boerderij
verloren tussen eiken en dennen bij de zee,
daar in de Empordà, met een klein bootje om te vissen.
Ik had graag gewild.
Ik had graag gewild dat ik door dat raam
nooit die gouden auto had kunnen zien
te laat remmen, of mijn moeder niet tegen te komen, op kerstavond,
stiekem huilend.
Maar niemand waarschuwde me dat je een brief kon schrijven
zoals je het menu voor de lunch vraagt.
Maar niemand waarschuwde me en de ober negeert me
en alleen, in stilte, maak ik mijn bord leeg.
Ik had graag gewild dat die belofte, van liefde en tederheid
niet was veranderd, na zoveel jaren,
in die verre brief, van afscheid.
Ik had graag gewild.
En ik had graag gewild om 's avonds thuis te zijn
terugkomend van mijn werk en slapen
wanneer de zon dat ook doet.
Ik had graag gewild.
Maar ik veronderstel dat het gaat zoals het gaat,
en, zoals altijd, misschien ben ik te laat,
en moet ik het leven leven
zoals iemand die nog droomt
dat misschien datgene wat ik had gewild
toch nog uitkomt.
Maar misschien ben ik te laat.