Je chante
Charles Trénet
Ik zing
Ik zing
Ik zing!
Ik zing avond en ochtend
Ik zing op mijn pad
Ik zing, ik ga van boerderij naar kasteel
Ik zing voor brood, ik zing voor water
Ik lig
Op het zachte gras van het bos
De vliegen
Prikken niet meer
Ik ben gelukkig, ik heb alles en niets
Ik zing op mijn pad
Ik ben gelukkig en eindelijk vrij
De nimfen
Godinnen van de nacht
De nimfen
Liggen in mijn bed
De Maan sluipt als een wolf
Door het bos, om te dansen, om met ons te dansen
Ik bel
Bij de gravin om twaalf uur
Niemand
Ze is vertrokken
Ze heeft alleen wat rijst voor mij achtergelaten
Zegt een Chinese lakei
Ik zing
Maar de honger die me verzwakt
Kwelt
Mijn eetlust
Ik val plotseling in een kuil op het pad
Ik val flauw terwijl ik zing en ik sterf half
Gendarmes
Die op de weg passeren
Gendarmes
Ik steek mijn hand uit
Genade, ik heb honger, ik wil eten
Ik ben licht, licht
Bij het bureau
Hebben andere snorren me verteld
Bij het bureau
Ah! Mijn vriend
Bent u de zwervende zanger?
We gaan u opsluiten
Ja, uw tijd is om
Touwtje
Je hebt me gered van de dood
Touwtje
Wees gezegend
Want, dankzij jou, heb ik mijn geest gegeven
Ik heb me deze nacht opgehangen en sindsdien
Ik zing!
Ik zing avond en ochtend
Ik zing
Op de paden
Ik spook rond in de boerderijen en de kastelen
Een spook dat zingt, dat vinden ze grappig
Ik lig
Tussen de bloemen van de taluds
De vliegen
Prikken niet meer
Ik ben gelukkig, het gaat goed, ik heb geen honger meer
Gelukkig, en eindelijk vrij!