Cuando mataron a Lorca
Rolando Alárcon
Toen ze Lorca vermoordden
Toen ze Lorca vermoordden,
- omdat ze Lorca vermoordden -,
de agent lastigviel een meisje
als een paard dat rondloopt.
Toen ze Lorca vermoordden,
- omdat ze Lorca vermoordden -,
vergeten zijn landgenoten
noch de kom, noch de lepel.
-Vermoord, verdomme,
Carmen, gekleed in de mode,
omarmde de levenden
want met een dode zou ze niet naar bed gaan.
Een bekende zigeunerin
zwerft door de hutten,
ze voelde medelijden met Lorca
want met lijken eindigt het nooit.
Het leven bleef leven,
en de grimassen van de ketter,
en de varkens in hun gele modder
en achter de korsetten, de roos.
-De jeugd, de ouderdom,
en de bedelaars en de heren bleven,
alles bleef op aarde,
alleen Lorca bleef niet.
Op een stoffige plank
houdend elkaar gezelschap,
zonder te geloven in de dood van Lorca,
de soldaten, Don Quichot.
Laat de onwetenden
en de valse waarzeggers regeren,
maar je leeft met de hoop
van de speeltjes van de Hidalgo.
-Tussen de souvenirs van de onderwereld,
op bitter wijze oprijzend,
schreeuwden de stukken van het zwaard:
Waar ben je, Lorca?
Geen wilg of iep
heeft je over het hoofd gezien
want je bent zo onsterfelijk
als een van ons, als een Don Quichot.
En de kruiden van het tarwe zongen
en de merels trompetten
want ze hebben Lorca niet vermoord
toen ze Lorca vermoordden.