Un di all'azzurro spazio
The 3 Tenors
Een dag in de blauwe ruimte
Jullie hebben me geraakt, waar ik jaloers verberg
het puurste kloppen van de ziel.
Nu zullen jullie zien, meisje, welk gedicht
het woord "Liefde" is, hier de oorzaak van spot!
Op een dag keek ik diep in de blauwe ruimte,
en op de velden vol met viooltjes, viel de zon als goud,
en de wereld schitterde in goud:
het leek alsof de aarde een immense schat was,
en de lucht diende als een kist voor haar.
Van de aarde naar mijn voorhoofd
kwam een levendige streling, een kus.
Ik riep, overwonnen door liefde:
Ik hou van jou, jij die me kust, goddelijk mooi,
o mijn vaderland!
En ik wilde van liefde bidden!
Ik stapte de drempel van een kerk over;
daar een priester in de nissen
van de heiligen en de Maagd,
verzamelde geschenken
en aan het doof oor
vroeg een trillende oude man
tevergeefs om brood
en stak tevergeefs zijn hand uit!
Ik stapte de deur van de woningen over;
een man lasterde daar
vloekend de grond
die de schatkist slechts verzadigt
en tegen God gooide
en tegen de mensen
de tranen van de kinderen.
In zulke ellende, wat doet de aristocratische nakomeling?
Alleen jullie ogen drukken hier menselijkheid uit
met een blik van medelijden, waarmee ik naar jullie keek
zoals naar een engel.
En ik zei: kijk, dat is de schoonheid van het leven!
Maar toen, door jullie woorden,
overviel een nieuwe pijn me in mijn volle borst.
O mooie jongedame,
veracht de woorden van een dichter niet:
Hoort! Jullie kennen de liefde niet,
liefde, goddelijke gave, spot er niet mee,
van de wereld is liefde de ziel en het leven!