Bob
kamaitachi
Bob
(Hij wil niet uit mij weg, weg, weg, weg)
(Hij heeft hier zijn thuis gevonden)
Hij wil dat je weggaat
Hij slaat de deur van mijn kamer dicht
En probeer die deur nooit meer te openen
Hij wil niet uit mij weg, weg, weg, weg
Hij heeft hier zijn thuis gevonden
Hij geeft leven aan mijn speelgoed
Dat met rode ogen kijkt
Zoals meneer Krab en de wasbeer, beer, beer
Mama, ik moet je Bob voorstellen
Hij komt voor mij zorgen terwijl jij slaapt
Hij zegt dat jouw Tic Tac een extra sterk effect heeft
Dat je pas morgen opstaat door pure mazzel
Papa, ik moet je Bob voorstellen
Hij komt voor mij zorgen terwijl jij slaapt
Hij zegt dat ik andere mama's heb, die je zelfs voor de dood verbergt
En jouw neus wordt wit van iets dat je niet mag gebruiken
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Mijn vriend Bob zegt
Dat hij een verknipte jongen is
En elke keer als het licht in de kamer aangaat
Schrikt hij, daarom al dat glas
Bob zegt dat hij de zoon is van een engeltje dat is gevallen
En elke keer als het licht in de kamer aangaat
Schrikt hij
Daarom draait hij het kruis om
Hij wil niet uit mij weg, weg, weg, weg
Hij heeft hier zijn thuis gevonden
Hij pakt het geweer van papa
Dat hij in de kast bewaart
Hij richt op de deur van de kamer en zegt: Niemand komt hier binnen!
Hij wil niet uit mij weg, weg, weg, weg
Hij heeft hier zijn thuis gevonden
Hij krabbelt op mijn arm met vreemde tekeningen
Hij verbrandt de Bijbel en andere heiligen
En zegt dat geen cherubijn mij zal aanraken, aanraken
Mama, ik moet je Bob voorstellen
Hij komt voor mij zorgen terwijl jij slaapt
Hij zegt dat jij een slet bent van een snob
En dat Asmodeus zelf op je wacht met duizend zwepen
Papa, ik moet je Bob voorstellen
Hij komt voor mij zorgen terwijl jij slaapt
Hij zegt dat jij naar de hel gaat en daar niet wegkomt
Mijn broers waren foetussen die jij hebt laten aborteren
Dat mag niet, niet, niet, niet
Dat mag niet, niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Dat mag niet, niet
Mijn vriend Bob zegt
Dat hij een verknipte jongen is
En elke keer als het licht in de kamer aangaat
Schrikt hij, daarom al dat glas
Bob zegt dat hij de zoon is van een engeltje dat is gevallen
En elke keer als het licht in de kamer aangaat
Schrikt hij
Daarom draait hij het kruis om