Les Amants Merveilleux
Édith Piaf
De Wonderlijke Minnaars
In de kleine straat
De straat verlaten en leeg
Die ruikt naar de natte lucht
De klinkers van de wijk
Ik zag twee geliefden
Die me zo raakten
Twee wonderlijke minnaars
Verwonderd door de liefde
Ze liepen langzaam
Met hun ogen half dicht
Hand in hand
En zonder een enkel woord
Ze zagen me zelfs niet
Toen ze langs me gingen
Zo mooi was hun nacht
En vol vreugde.
De wonderlijke minnaars
De extase in hun ogen
Liepen alsof ze in zich droegen
Een fabuleuze schat
Bijna miraculeus
Die immense rijkdom om samen te zijn
Je voelde hun liefde
Veel meer dan welke zon dan ook
Die leek de lucht te verlichten
Van zoveel geluk
Kreeg ik bijna angst
Ik geloofde niet dat zoiets bestond.
De wonderlijke minnaars
De extase in hun ogen
In het diepste van henzelf hoorden ze
Hoorden ze een muziek
De pathos van hun harten
Die klopten, hun harten
Oh, hoe ze kusten
Kusten in de straat
De kleine straat verlaten en leeg
Toen verdwenen ze
Langzaam wandelend
In de nacht, weggeblazen door de wind.
Dus, helemaal in de war
Heb ik gerend, heb ik gerend
Naar jouw hart en naar jouw open armen
En tegen jou aan gekropen,
Mijn liefde, begreep ik
Dat wij ook waren...
De wonderlijke minnaars...