Circuladô de Fulô
Caetano Veloso
Cirkel van de Bloem
Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft
Klinkend als een shamisen
En gemaakt met een gespannen draad
Een stok en een oude blik aan het eind van het feest
Markt onder de brandende zon
Maar voor anderen bestond het niet
Die muziek kon niet bestaan
Want het kon niet populair zijn
Die muziek, als je niet zingt, is het niet populair
Als het niet stemt, niet tintelt, niet tarantina
En toch getrokken in de ingewanden van de ellende
In de gespannen ingewanden van de meest erbarmelijke ellende
En het doet pijn, het doet pijn
Als een spijker in de handpalm
Een roestige blinde spijker
In de open handpalm
Hart blootgesteld als een zenuw
Spannend, opnieuw gespannen, een zwartheid
Blinde spijker die in de palm blijft
Vlees van de hand in de zon
Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft
Het volk is de uitvinder van talen
In de sluwheid van de meester in de kunst
Van de wonderen in de kleefstof van improvisatie
Proberend de oversteek, vet het as van de zon
Cirkel van de bloem
Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft
En vraag niet dat ik je leid, vraag niet
Verlang niet dat ik je leid
Verlang niet dat ik je vraag
Belofte dat ik je vertrouw
Laat me, vergeet me, laat me los
Verlos me van de bitterheid, want uiteindelijk komt het goed
Want uiteindelijk keer ik het om
Want uiteindelijk repareer ik het
En voor het einde reserveer ik me
En je zult zien dat ik gelijk heb
En je zult zien dat het mogelijk is
En je zult zien dat het gedaan is
Want door het kromme deed ik het recht
Want wie een mand maakt, maakt er honderd
Als ik niet leid, heb ik geen spijt
Want de meester die me leerde
Geeft geen lessen meer
Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft