Sacar La Voz
Anita Tijoux
De Stem Laten Horen
Ademen om de stem te laten horen,
Ver weg stijgen als een snelle adelaar.
Ademen een schitterende toekomst,
Krijgt meer betekenis als we het samen creëren.
Zich bevrijden van alle schaamte,
De teugels pakken,
Zich niet overgeven aan de onderdrukker.
Rechtdoor lopen, zonder angst,
Ademen en de stem laten horen.
Uhh, uhh, uhhh (x2).
Ik heb lege zakken,
Gescheurde lippen,
Huid met schubben,
Elke keer als ik in de leegte kijk.
Versleten zolen,
Vastgebonden handen,
De voordeur had altijd het bord,
Dat zei dat hij gesloten was.
Een doornenprik,
Een geïnfecteerde wond, verstrikt,
Een woede die overloopt,
In het alles en het niets.
De onhandige stap, op de rand, zonder akkoord,
Elke keer als ik het noorden verlies,
Heb ik het verlies van steun.
De tijd die steekt,
Verstopt de dolk,
Hij doodt me, scherp de vlam, zonder rust,
Die me uit handen glipt.
Maar, ik heb mijn bloeiende hoek,
De stem laten horen,
Ik ben niet alleen,
Ik ben bij mezelf.
Zich bevrijden van alle schaamte,
De teugels pakken,
Zich niet overgeven aan de onderdrukker.
Rechtdoor lopen, zonder angst,
Ademen en de stem laten horen.
Uhh, uhh, uhhh (x4).
Ik heb de liefde vergeten,
Moegestreden, uitgeput, weggegooid,
Alle fragmenten vielen op de grond,
Die gebroken waren.
De gebogen blik,
De vuist gebald,
Ik heb niets, maar niets,
Tel in deze plas.
De kaak gemarkeerd,
Het woord voorbereid,
Elke letter scherp,
Staat op de top van de golf.
Zonder schaamte of glorie,
Zal ik dit verhaal schrijven,
Het gaat er niet om te vallen,
Opstaan is de overwinning.
Terugkomen,
De deur openen,
Het is opgelost,
Waakzaam zijn.
De stem laten horen die dood was,
En er een orkest van maken,
Lopen, zeker, vrij, zonder angst,
Ademen en de stem laten horen.
Zich bevrijden van alle schaamte,
De teugels pakken,
Zich niet overgeven aan de onderdrukker.
Rechtdoor lopen, zonder angst,
Ademen en de stem laten horen.
Uhh, uhh, uhhh (x4).
De tijd steekt de dolk,
Wat je ook doet,
Verwoest op het juiste moment,
Jij krijgt niet wat de tijd betaalt.
Verwoest saga na saga,
Schraapt met zijn bittere spatel,
Wees wees van kompassen,
En helder in de hitte,
Wit het wapen, wit het haar,
Zijn witte gezicht van schoft.
'Deze' zegt een espinela,
Die violette zong,
Die van de achtste lettergreep van de schopper,
Oude school.
En wat pijn doet, laat het pijn doen,
Als het pijn moet doen,
De vlam zonder rust, dat het brandt,
Dat het blijft branden,
Dat het blijft fosforeren,
Als het moet fosforeren.
Aan een touw,
De couplet ophangen,
Dat de wind wiegt,
Dat het maar zelden verdient.
Elke pijn,
Laat de stem los, elke hoest,
Denkend aan de stem te laten horen.
Uhh, uhh, uhhh (x2).